Ons innerlijke orkest

In de muziek heeft elke stem of instrument heeft zijn (of haar) eigen klank en karakter. De trompettist wil zijn stevige geluid luid en duidelijk laten horen, maar ook de violist of de fluitist wil ruimte en aandacht voor zijn of haar melodie. Een knappe zanger die daar dan nog bovenuit komt. Een echte kakofonie of chaos kan het gevolg zijn. De dirigent heeft een plan, kent de instrumenten en stemmen, kent hun kwaliteiten en eigenheden. Hij weet wanneer hij ze ruimte moet geven of juist begrenzen. Vanuit zijn visie op de muziek geeft hij, met respect voort iedereen,  ruimte aan de fluit, de trompet en daarna aan weer aan andere instrumenten. En hij stimuleert om samen te werken, elk vanuit zijn of haar specifieke kwaliteiten en klankkleuren. Dat vraagt leiding geven en visie. En oefenen, repeteren.

Psychosynthese werkt aan het bewustworden van de verschillende kanten in onszelf. Van ons innerlijke orkest met veel stemmen en emoties, elk met zijn eigen geluid en karakter. In sessies kijken we ernaar wat maakt dat we ons op een bepaalde manier gedragen en voelen. Wat ons belang er van is. En ook welk verlangen en welke kwaliteiten er in zitten. Liefde en acceptatie staan daarbij centraal. Wat er is, mag er zijn. Het heeft een reden dat het er is. Psychosynthese gaat uit van het besef dat we in ons een onveranderlijke kern hebben, van waaruit we in mildheid en acceptatie kunnen waarnemen wat er in ons gebeurt. En van waaruit we echt kunnen kiezen, zelf de leiding kunnen nemen in ons leven. Deze kern noemt psychosynthese ‘het zelf’. Het beeld van de dirigent is hier een prachtige metafoor voor. Terug.